Fonds voor slachtoffers van geweld krijgt geld niet op

Lander Deweer29-06-2010Pag. 2

7,5 miljoen in kas van vergoedingspost door onderbemanning en late uitbetaling

Fonds voor slachtoffers van geweld krijgt geld niet op

De Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden heeft meer dan 7,5 miljoen euro in kas. Vorig jaar werd 17,1 miljoen euro aan stortingen van veroordeelden geïnd, terwijl er maar 9,6 miljoen euro werd uitbetaald aan slachtoffers die een beroep deden op de 'louter financiële hulp' van de Commissie.

Door Lander Deweer

Brussel l In 2007 werd nog 12,5 miljoen euro uitgekeerd. 'De commissie velt steeds minder beslissingen en ook het gemiddeld uitbetaalde bedrag daalt', aldus secretaris Filip Verhoeven.

De Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden heeft momenteel een overschot van meer dan 7,5 miljoen euro. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Open Vld-senator Martine Taelman . Vorig jaar heeft de commissie ruim 17,1 miljoen euro geïnd. Dat geld is afkomstig van juridisch veroordeelden die steeds 137,5 euro in dit fonds dienen te storten. "Blijkbaar wordt het fonds hierdoor zo stevig gespijsd dat er elk jaar een ruim overschot geboekt wordt", aldus Taelman. In totaal gaf de commissie in 2009 immers iets meer dan 9,6 miljoen euro uit. Ter vergelijking: in 2007 werd nog 12,5 miljoen euro uitgekeerd. In 2005 verhoogde de regering de bijdrage nog van 55 naar 137,5 euro, uit vrees dat het fonds snel opgesoupeerd zou worden.

"Vorig jaar werden 1.235 verzoekschriften ingediend en velde de commissie 1.164 beslissingen", zegt secretaris Filip Verhoeven. Heel wat verzoeken werden echter niet ingewilligd: 42,86 procent van de vragen om noodhulp (uitgekeerd zonder afloop van vooronderzoek en de gerechtelijke procedure af te wachten, LDW), 30,79 procent van de vragen om hoofdhulp (het bedrag dat de Commissie als financiële tegemoetkoming voor de geleden schade kan toekennen, LDW) en 66,67 procent van de vragen om aanvullende hulp (wanneer het nadeel toeneemt na de toekenning van de hoofdhulp, LDW). "De redenen tot weigering zijn divers", zegt Verhoeven. "Omdat vragen laattijdig werden ingediend, omdat de gevraagde hulp onder de minimumdrempel van 500 euro lag, omdat er geen sprake was van een opzettelijke gewelddaad of omdat de verzoekers al vergoed waren."

Verhoeven wijst er niettemin op dat gemiddeld twee derde van de verzoeken wordt ingewilligd. "Het overschot kan verklaard worden door het slinkende aantal beslissingen die de commissie velt en door de daling in het gemiddelde uitbetaalde bedrag", aldus Verhoeven. "We hebben pas nog gevraagd om het aantal commissieleden op te trekken, zodat we meer beslissingen kunnen nemen. En dat het gemiddelde (in 2008 bedroeg dat 12.800 euro, voor 2009 is de rekensom nog niet gemaakt, LDW) daalt kan twee oorzaken hebben: ofwel is men strenger geworden, maar die indruk heb ik niet. Ofwel zijn de dossiers die binnenkomen minder zwaar: Een vergoeding voor iemand die 100 procent werkonbekwaam is bijvoorbeeld zal zwaarder doorwegen dan een voor iemand die maar enkele weken thuis moet blijven."

Uittredend minister van Justitie De Clerck bevestigde dat er ook voor 2009 dus een ruim overschot is dat "uitsluitend bestemd is voor het Fonds en niet toekomt aan de schatkist". Op een eerdere schriftelijke vraag van senator Taelman luidde het nog dat "het 'overtollige' geld blijft gewoon in de algemene middelen van de schatkist. Boekhoudkundig staan ze op het Fonds maar fysiek zit het geld in de schatkist en komt het geld het netto-financieringssaldo ten goede."

Lange wachttijden

De Belgische wet voorziet sinds 1985 in de mogelijkheid van een financiële tegemoetkoming aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en, in bepaalde gevallen, aan hun verwanten. Een rechtscollege oordeelt of de wettelijke voorwaarden om van 'een louter financiële hulp' te genieten vervuld zijn. Het beslist ook over de omvang (minimum 500 euro, maximum 62.000 euro) van deze hulp.

"Slachtoffers kunnen aankloppen bij de Commissie als de dader onbekend is of niet genoeg geld heeft om de schade te betalen", zegt Verhoeven. "Vaak wordt het geld gebruikt om procedurekosten, materiële schade of tijdelijk inkomstenverlies te betalen." Conditio sine qua non is dat er een gerechtelijke uitspraak voorligt.

Vaak gehoorde kritiek is wel dat de slachtoffers vaak jaren moeten wachten op de financiële hulp van de commissie. "Het regelen van de dossiers kan inderdaad soms lang duren", geeft Verhoeven toe. "Maar ik heb de indruk dat het almaar sneller gaat. Als het dan toch jaren duurt, is dat vooral door externe factoren. Zo wachten wij in een bepaald dossier al tien jaar op een uitspraak van het Arbitragehof."

secretaris Verhoeven:

Overschot te verklaren door minder beslissingen en daling van gemiddelde bedrag

Herdenking voor Bart Bonroy, die in 2007 werd gedood. Veroordeelden moet geld storten in een fonds dat slachtoffers of hun familie financieel bijstaat.

© 2010 De Persgroep Publishing